De laatste tijd hoor je steeds vaker de term 'titeren' vallen in relatie tot vaccineren. Met titeren wordt bedoeld: het bepalen van de hoeveelheid antistoffen (de titer) tegen bepaalde ziektes in het bloed. Als de hoeveelheid antistoffen nog hoog genoeg is, hoeft er nog niet gevaccineerd te worden. Vroeger werd zo'n titerbepaling uitgevoerd in het laboratorium, tegenwoordig hebben veel dierenartsen een sneltest waarmee ze de titer zelf kunnen bepalen. Dat is een minder exacte bepaling dan in het laboratorium.
Waarom titeren?
Uit onderzoeken blijkt dat een hond na een vaccinatie veel langer is beschermd dan vroeger werd aangenomen. Tot een aantal jaren terug werd jaarlijks gevaccineerd tegen parvo, hondenziekte en leverziekte. Door de hoeveelheid antistoffen te meten kwam men er achter dat deze vaccinatie minimaal 3 jaar werkzaam is. Soms zelfs nog veel langer. Daarom is het vaccinatieadvies aangepast en wordt aangeraden om deze vaccinatie 1 x per 3 jaar te geven en niet meer elk jaar. En na die 3 jaar kun je er ook voor kiezen om eerst te titeren voordat je opnieuw laat vaccineren. Houd er wel rekening mee dat bijvoorbeeld hondenscholen of dierenpensions kunnen eisen dat je hond regulier is gevaccineerd. Een titerbepaling wordt niet overal geaccepteerd. Antistoffen tegen ziekte van Weil kunnen niet worden gemeten, daarom wordt die vaccinatie wel jaarlijks gegeven.
Hoe werkt het bij pups?
Puppies nemen via de moedermelk antistoffen op van de moeder. Dit wordt ook wel 'maternale bescherming' genoemd, bescherming via de moeder. In de weken na de geboorte neemt die hoeveelheid antistoffen geleidelijk af en moeten de pups beschermd worden door middel van vaccineren. Het verschilt per pup wanneer de maternale bescherming is verdwenen en als er nog veel antistoffen van de moeder in het lichaam van de pup aanwezig zijn, slaat de vaccinatie niet aan. Dat is de reden waarom pups meerdere keren worden gevaccineerd. Het reguliere entschema in Nederland is met 6, 9 en 12 weken. En soms nog een herhaling met 16 weken. De eerste keer alleen tegen parvo en hondenziekte, in latere entingen komen daar ziekte van Weil en leverziekte bij. Sommige dierenartsen vaccineren ook standaard tegen kennelhoest maar wij vinden dat zelf een overbodige vaccinatie.
Alle fokkers die zijn aangesloten bij een rasvereniging die door de Raad van Beheer is erkend, zijn verplicht om de pups volgens het gangbare vaccinatieschema te enten.
Pups en titeren
Soms worden ook pups eerst getiterd voordat ze hun eerste puppyenting krijgen. Er wordt dan pas voor het eerst gevaccineerd als de bescherming via de moeder (bijna) is verdwenen, om zeker te weten dat de vaccinatie aanslaat. Wij kiezen ervoor om het reguliere entschema te volgen waarbij we de eerste vaccinatie (tegen parvo en hondenziekte) tussen de 6 en 7 weken geven.
Waarom pups regulier enten? Ten eerste zijn wij dat verplicht vanuit het fokreglement van de rasvereniging. Verder vinden wij het niet verantwoord om te wachten tot de bescherming via de moeder verdwenen is. Het duurt namelijk twee tot drie weken voordat een vaccinatie volledig actief is. Dat zou betekenen dat de pup een aantal weken niet beschermd is tegen parvo en hondenziekte, ziektes die bij pups vaak een dodelijke afloop hebben. Door met 6 weken de eerste puppyenting te geven, bestaat er een risico dat de vaccinatie nog niet aanslaat als er nog veel antistoffen van de moeder aanwezig zijn. Daarom wordt de vaccinatie na 3 weken herhaald en na nog eens 3 weken opnieuw. Uit onderzoek blijkt dat in die periode de bescherming van de moeder wegvalt en dan neemt het vaccin die bescherming over.