20-11-2015
Dat is de titel van de lezing die Gerja woensdagavond bijwoonde in Zwolle. De spreker was dr. Esther Plantinga-Hagen, docent-onderzoeker aan de Universiteit in Utrecht. Zij is gespecialiseerd in voeding van gezelschapsdieren. Er worden regelmatig felle discussies gevoerd over het beste hondenvoer, de één zweert bij rauw vlees, de ander bij brokken. Volgens dr. Plantinga staat voorop dat het ene niet perse beter is dan het ander. Waar het om gaat is dat het voer alle voedingsstoffen bevat die een hond nodig heeft en dat een hond het er goed op doet. Er zijn honden die brokken niet goed verdragen en er zijn honden die rauwe voeding niet goed verdragen.
In haar lezing ging dr. Plantinga in op een aantal argumenten die vaak worden aangehaald door vers vlees-voerders maar waarvoor geen wetenschappelijke onderbouwing is. Bijvoorbeeld dat rauw vlees de oplossing is voor allerlei gezondheidsproblemen. Of dat honden graan niet kunnen verteren en er zelfs ziek van kunnen worden. Uit onderzoek blijkt dat honden zetmeel uit granen prima kunnen verteren en op dat gebied een genetische verandering hebben doorgemaakt ten opzichte van de wolf.
Ook werd aandacht besteed aan rasspecifieke voeding. Daar zag dr. Plantinga weinig toegevoegde waarde in, er zit maar weinig verschil in samenstelling en het voer voor bijvoorbeeld een terriër zou ook prima geschikt zijn voor een retriever. Verschillende voeding voor pups, volwassenen en senioren is wel zinvol omdat er per levensfase verschillende behoeftes zijn. Een jonge hond heeft een grotere behoefte aan eiwit en vet, voor oudere honden is het beter om minder calcium en fosfor te eten.
Conclusie van de avond: brokken en rauw zijn beide goed, mits het maar compleet is. Voor rauw wordt aanbevolen om een premix toe te voegen om zeker te zijn dat alle voedingsstoffen voldoende aanwezig zijn.